Ik heb niet gefaald. Ik heb 10.000 manieren gevonden die niet werken

Edison

 

Alle aandacht voor imperfectie en ‘fouten maken moet’ ten spijt, onze maatschappij is toch vooral gericht op (zichtbare) successen. Het paradoxale is echter, geen succes zonder fouten.

Hoe dan ook, meer fouten maken, én die ook delen, ik zou het een verademing vinden. Het maakt alles een beetje menselijker, haalbaarder, realistischer. Bovendien is fouten maken voor bedrijven de weg naar innovatie. ‘Als je doet wat je altijd al deed, krijg je wat je altijd al had’, zei dat andere genie, Einstein. Kortom, als je nooit een fout maakt, kun je ook niet verbeteren.

Dat bewustzijn dringt steeds verder door en er zijn dan ook allerlei initiatieven op dit vlak. Zo is er in Zweden bijvoorbeeld een heus ‘Museum of Failure’. Een mooi initiatief, al is het wel tekenend dat de initiatiefnemer vertelt hoe weinig medewerking hij kreeg van bedrijven om hun grootste mislukkingen tentoon te stellen. Kennelijk willen maar weinig mensen zich openlijk met fouten associëren.

Toch zijn ze er gelukkig wel. Want op de weg naar het openlijk omarmen van onze fouten hebben we rolmodellen nodig. Zoals bijvoorbeeld voormalig topman van SHV Paul Fentener van Vlissingen. Van hem is de uitspraak: De president van SHV eist het monopolie op van alle fouten die in het bedrijf worden gemaakt. Authentiek leiderschap ten voeten uit.

Een van mijn lievelings’fouten’ is het verhaal van de Italiaanse chefkok Massimo Bottura. Hij vertelt over een van zijn medewerkers die op een topdrukke avond in het restaurant een prachtig opgemaakt dessert liet vallen… ‘he was about to kill himself’ zegt Bottura met Italiaans gevoel voor drama in het filmpje daarover. Maar in plaats van hem uit te foeteren, had Bottura alleen maar oog voor de compositie: de gele spetters, het gebroken koekje… pure poëzie in zijn ogen. En voilá, het nieuwe dessert ‘Oops, I dropped the lemon tart’ was geboren. Het werd een hit op de menukaart, en wereldwijd gekopieerd. Google maar eens, het is een geweldig filmpje.

De crux van dit alles is de mate van zelfvertrouwen van de ‘foutenmaker’. Een gezond gevoel van eigenwaarde, onafhankelijk van wat anderen van hem vinden en trouw aan zichzelf. Dan is een fout maken en toegeven geen issue, meer. Integendeel zelfs. Want die eigenschappen, in combinatie met een flinke dosis zelfspot vormen samen datgene wat in de managementliteratuur ‘authentiek leiderschap’ wordt genoemd.

De roep om authentieke leiders is nog nooit zo groot geweest als tegenwoordig. Dat biedt dus kansen. Want in plaats van hard werken om alles onder controle te houden, mag je misschien best wel eens een steekje laten vallen. En als je er vervolgens ruimhartig en met gevoel voor zelfspot op terugkomt, moet jij eens kijken wat er met jouw geloofwaardigheid en authenticiteit gebeurt ?.

Wie durft?